ASS kan op verschillende manieren en in verschillende gradaties tot uitdrukking komen. Daarom wordt de verzamelterm “autismespectrumstoornis” (ASS) gebruikt. Kenmerken van ASS zijn (bron: DSM5):

  • Problemen bij de sociale interactie en sociale wederkerigheid
  • Problemen bij de (non-verbale) communicatie
  • Problemen bij het communiceren
  • Aanwezigheid van beperkt, zich herhalend gedrag, bijv. moeite met veranderingen

De aanwezigheid van sensorische over- of ondergevoeligheid wordt ook als een kenmerk van ASS gezien.

Doelen van de behandeling

Kinderen hebben vaak moeite om normale en positieve sensorische ervaringen op te doen.  Hierdoor ontwikkelen ze vaak bepaalde voorkeuren en/of vermijden ze bepaalde prikkels. 

Deze ervaringen zijn nodig om motoriek te ontwikkelen, om spel te ontwikkelen en om zelfstandigheid in dagelijkse handelingen te ontwikkelen.

Kinderen met ASS komen vaak moeilijk tot spel omdat ze niet goed weten wat ze met materiaal moeten doen of ze willen het op één bepaalde manier gebruiken.

In de dagelijkse handelingen willen ze de dingen graag op hun manier doen, terwijl dit niet altijd handig is waardoor het fout gaat. Dat geeft frustratie.

Een ergotherapeut helpt het kind en ouders door samen te kijken naar de prikkelverwerking. We geven advies en tips om positieve ervaringen op te doen en om moeilijke situaties makkelijker en prettiger te maken voor het kind.

Daarnaast geven we advies in het maken van verduidelijkingen en/of visuele plannetjes zodat het kind weet wat er verwacht wordt. Ook geven we tips en advies over eventuele materialen die we kunnen gebruiken.

De ergotherapeut richt zich op het kind, maar ook op de ouders en de leerkracht.

Uitleg over de sensorische informatieverwerking of de reden waarom een kind met ASS moeilijk tot handelen komt of bepaald gedrag vertoont kan de omgeving helpen om hiermee om te gaan en het kind op een positieve manier stimuleren.

Kinderen met ASS hebben vaak moeite met het aanleren van dagelijkse activiteiten zoals aan- en uitkleden en eten. Ze willen dingen graag op hun eigen manier doen of stagneren bij het begin van of tijdens de handeling. Ze hebben moeite met het automatiseren van handelingen en het toepassen hiervan in verschillende situatie. De ergotherapeut kan helpen door een plan te maken voor het aanleren van de activiteit, evt. gecombineerd met een stappenplan met foto’s, picto’s of geschreven taal.

Voorbeeld:

Jelle is 6 jaar oud en heeft veel moeite om zich aan te kleden. Hij kan de motorische handelingen wel uitvoeren, maar moet telkens aangesproken worden om het volgende stapje te nemen. Hierdoor is hij erg afhankelijk van een volwassene. De ergotherapeut maakt samen met ouders een stappenplan met foto’s zodat Jelle zelf kan kijken wat het volgende stapje is. Bovendien wordt advies gegeven over de omgeving tijdens het aankleden: een rustig, afgebakend plekje helpt Jelle om niet afgeleid te worden.