AD(H)D staat voor ‘attention deficit (hyperactivity) disorder’. In het Nederlands spreekt men wel van ‘aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’.

De belangrijkste symptomen van AD(H)D zijn onoplettendheid (aandachtstekort), impulsiviteit (en hyperactiviteit). Deze symptomen komen afzonderlijk of in combinatie voor in verschillende verschijningsvormen:

  • Het gecombineerde beeld, met zowel onoplettendheid als hyperactiviteit/impulsiviteit;
  • Het beeld waarbij onoplettendheid voorop staat (ADD); 
  • Het beeld waarbij hyperactiviteit en impulsiviteit overweegt.

Het gecombineerde beeld komt het meest voor.

Doelen van de behandeling

Kinderen met AD(H)D hebben vaak moeite met het organiseren en uitvoeren van taken, bijv. aan- en uitkleden of schrijven. De ergotherapeut kan observeren waarom het niet lukt. Door training en advies aan de omgeving kan de uitvoering van de activiteit verbeterd worden.

Problemen in de sensorische informatieverwerking gaan vaak samen met AD(H)D voor, bijv. vermijden of opzoeken van diepe druk, evenwichtsprikkels, tastprikkels, geuren, smaken, geluiden en/of visuele prikkels. Hierdoor kan een kind onrustig worden, snel afgeleid worden of onhandig zijn of zelfs agressief worden. Samen met de ergotherapeut kan bekeken worden of er sprake is van problemen in de sensorische informatieverwerking en kunnen adviezen worden gegeven aan de omgeving. Zie ook “sensorische informatieverwerking”.

Voorbeeld:

Julia is een meisje van 6 jaar met de diagnose ADHD. Ze zit in groep 3 en stuitert de hele dag door de klas, kan niet stilzitten en is voortdurend afgeleid. Ze lijkt best slim te zijn, maar ze weet vaak niet wat ze moet doen, omdat ze niet oplet tijdens de instructie. Bovendien weet ze niet hoe ze aan een opdracht moet beginnen. Hierdoor lukt het haar niet om de opdrachten op tijd af te hebben.

Ze gaat met haar ouders naar de ergotherapie. De ergotherapeut doet een observatie in de klas en geeft de leerkracht advies m.b.t. de sensorische informatieverwerking van Julia, bijv. wat een goede plek in de klas is. Ook gaat Julia werken met een stappenplannetje, zodat ze beter weet hoe ze aan de slag kan gaan met een activiteit. Dit wordt eerst tijdens de therapie geoefend en daarna overgedragen aan de klas.