“Sensorische informatieverwerking is het proces van het opnemen, selecteren en verwerken van sensorische informatie in de hersenen om hierop aangepast te kunnen reageren.”

De volgende zintuiggebieden kunnen door een ergotherapeut/SI-therapeut onderzocht worden:

  • Gehoor: Hoe reageert het kind op geluiden? Is het snel afgeleid?
  • Zien: Hoe reageert het kind op alles wat het ziet? Hoe gaat het met puzzelen, nabouwen e.d.?
  • Spier- en gewrichtsgevoel: Beweegt het kind graag of juist niet? Zoekt het diepe druk op, bijv. door zich op de grond te laten vallen of heel hard te knuffelen?
  • Evenwicht? Vindt het kind het prettig om te schommelen? Of is het juist snel duizelig in de speeltuin of kermis?
  • Smaak en geur: Is het kind heel kieskeurig w.b. smaken en geuren? Of merkt het die juist niet op?
  • Tast/aanraking? Vindt het kind het prettig om te knuffelen? Hoe gaat het spelen met zand, klei, verf e.d.? Is het gevoelig voor bepaalden stoffen of labeltjes in kleding?
  • Ook de samenwerking van de zintuiggebieden is van belang: integratie van sensorische informatie.

Als er bijzonderheden zijn in de sensorische informatieverwerking kan een SI-onderzoek worden gedaan. Dit bestaat uit:

  • Het invullen van vragenlijsten met het kind (vanaf 11 jaar), ouders en/of leerkracht/leidster peuterspeelzaal: Sensory Profile (School Companion)
  • Onderzoek in de therapieruimte (testen en vrije observaties)
  • Observatie op school/peuterspeelzaal/thuissituatie.
  • Er zal een verslag worden geschreven met de conclusie van het onderzoek en advies voor thuis en school/peuterspeelzaal.

Een SI-behandeling/begeleiding kan bestaan uit:

  • Sensorisch activiteitenprogramma: hierin staan activiteiten die aansluiten bij de sensorische informatieverwerking/behoefte aan prikkels van het kind en een positieve invloed hebben op gedrag en ontwikkeling.
  • Individuele therapie
  • Evaluatie.

Regulatiematerialen kunnen helpen om kinderen rust te bieden, te zorgen voor een normale alertheid en een betere concentratie. Je kunt hierbij denken aan: wiebelkussen, verzwaard schootkussen, verzwaringsdeken (verzwaard) drukvest, ballenvest, kauwmaterialen, tastmaterialen (tangle, stressballetje) of studybuddy.

Het is echter belangrijk om goed te kijken welke prikkels een kind kunnen helpen en niet zomaar iets te proberen. Een ergotherapeut kan dit samen met u en evt. de leerkracht uitzoeken. Wij hebben materialen die geleend kunnen worden om uit te proberen. De ergotherapeut zal ook bespreken wanneer het materiaal ingezet kan worden en evalueren of het een positief effect heeft. Als het materiaal goed bevalt kunnen wij u informeren over de aanschaf en evt. vergoeding van het materiaal.

Voorbeeld:

Thijs van 10 jaar oud komt naar de ergotherapie omdat hij vaak driftbuien heeft als hij thuis komt uit school. D.m.v. vragenlijsten en een observatie op school kan worden bekeken waar deze driftbuien vandaan komen. Thijs blijkt erg gevoelig te zijn voor prikkels uit zijn omgeving. Hij wordt afgeleid door alles wat hij hoort en ziet en wordt onrustig als hij wordt aangeraakt door andere kinderen. Zijn “emmertje” loopt hierdoor gedurende de dag vol. Hierdoor gaat hij wiebelen en friemelen, om maar vooral zijn eigen lichaam goed waar te nemen. Dit helpt hem om zijn emmertje te legen. Het helpt echter niet voldoende, als Thijs thuiskomt krijgt hij vaak een driftbui.

De ergotherapeut kan adviezen geven aan ouders en de leerkracht om Thijs te helpen om prikkels te reguleren, bijv. het inplannen van beweegmomentjes of het uitproberen van een wiebelkussen. Hierdoor is Thijs rustiger in de klas, waardoor hij beter kan werken. Ook kan zo voorkomen worden dat hij thuis driftbuien krijgt en kan hij thuis lekker spelen.

De ergotherapeut kan adviezen geven aan ouders en de leerkracht om Thijs te helpen om prikkels te reguleren.