De fijne motoriek omvat de kleine bewegingen. Hiervoor gebruikt men de handen en de vingers om voorwerpen te grijpen en te manipuleren, bv. brood smeren, knoopjes openen/sluiten, veters strikken, tekenen, schrijven, knippen, scheuren, kralen rijgen, met Lego bouwen.

Als een kind problemen heeft kan de ergotherapeut bekijken waarom iets niet lukt. Heeft het kind te weinig kracht, zijn de bewegingen nog ongecoördineerd, voelt het kind niet goed wat het doet of heeft het kind de vaardigheid niet op de juiste manier aangeleerd? Hierdoor kan gericht worden geoefend en kan advies worden gegeven aan ouders en de leerkracht zodat zij met het kind kunnen oefenen.

De KOEK (Korte Observatie Ergotherapie Kleuters) of Writic (Writing Readiness Inventory Tool in Context) kunnen worden afgenomen om te observeren/testen of een kind klaar is om te gaan schrijven.

Voorbeeld:

Ali is 6 jaar oud en zit in groep 2. Over een half jaar gaat hij naar groep 3. Hij heeft moeite met tekenen, kleuren en knippen en kan zijn naam nog niet schrijven. Bij de ergotherapie blijkt dat hij weinig kracht heeft in zijn handen. Er worden activiteiten gedaan om de kracht te verbeteren, bijv. werken met klei. Ook worden de fijnmotorische activiteiten geoefend, bijv. tekenen, inkleuren en knippen. Als hij naar groep 3 gaat kan hij zijn naam schrijven. Samen met de leerkracht van groep 3 wordt besproken hoe het leren schrijven van de letters het beste kan worden aangeboden.